Voor wie het gemist heeft: op zaterdag 14 juni dit jaar organiseerde onze loopgroep (Loopmeesters) samen met RunX Haarlem de eerste Spaarnwoude Park Ultra: van 9 tot 21 uur rondjes van 3.6 kilometer rennen, elk rondje binnen een half uur. Dennis en Bob hielden dit het langst vol: zij startten vierentwintig keer voor een nieuwe ronde en liepen zo bijna negentig kilometer in twaalf uur. Bij de dames won Simone, zij liep uiteindelijk meer dan een marathon. De ruim 80 deelnemers waren het erover eens: dit was zo gaaf, we willen meer! Dus dat gaan we doen op 13 juni 2026.
Het idee van Spaarnwoude is gebaseerd op wat wereldwijd een backyard ultra is gaan heten: wie een parcours van 6.7 kilometer binnen een uur aflegt, mag starten voor een nieuwe ronde. Hij of zij die dit het langst volhoudt, wint. In juni dit jaar liep Phil Gore 119 rondes, bijna 800 kilometer, tijdens de Dead Cow Gully Backyard Ultra. Bij de vrouwen ligt het record op 583 kilometer. Overigens zijn veel backyard ultra’s inmiddels in tijd begrensd, bijvoorbeeld twaalf of vierentwintig uur.

Na ‘Spaarnwoude’ wilde ik dolgraag zelf een backyard lopen. Daarom reed ik zaterdagochtend 19 juli naar Groningen, voor de Kardingebultra. Een backyard ultra die maximaal 24 uur duurt: de start is op zaterdag om 14 uur, de laatste ronde (van 6.7 kilometer) begint om 13 uur op zondag. Uiteindelijk liepen tien mannen de maximale afstand: 100 mijl. De beste vrouw kwam tot vijftien rondes. En ik? Na negen rondes was ik dik tevreden en stapte ik uit. Met een glimlach van oor tot oor.
In dit stukje neem ik je mee in mijn voorbereiding: die begon voor mij met het nadenken over eten en drinken. Want dat had Dennis me op die 14de juni duidelijk gemaakt: een (backyard) ultra is een kwestie van (veel) eten en drinken, non-stop. De basis van mijn voedingsplan, na veel googelen en YouTube kijken, kwam hier op neer: per uur wilde ik 50 gram koolhydraten, een kleine 400 kcal energie, 10 gram proteïne en 500 milligram zout binnen krijgen. Wat je dan per uur in je mond moet stoppen, volgt hieronder.
Een energiegel of energiereepje levert ongeveer 100 kcal energie en 25 gram koolhydraten. Als basis zette ik daarom in op twee gels of twee reepjes na elke ronde. Sodium wilde ik uit twee Fastchews (soort zouttabletjes met onder andere sodium en elektrolyten) per uur gaan halen. Tijdens het rekenen bedacht ik me dat ik waarschijnlijk ook moest drinken. Daarom kocht ik SiS GO Hydro tabletten, met als inzet om een halve liter (één tablet) water per uur te drinken. Als bonus wilde ik dan na elke derde ronde (dus na elke twintig kilometer) extra eten: ik bakte vooraf thuis acht pannenkoeken, een chocolade bietencake en een broodschotel. Spoiler alert: van mijn voedingsplan kwam in Groningen weinig terecht.

Naast eten en drinken las ik me online in op kleding en overige materialen. Ik besloot daarop om vijf shirtjes, drie shorts, drie paar sokken en drie paar schoenen mee te nemen. En een regenjasje en handdoek. Zo zou ik altijd voldoende wissels hebben voor mijn drie subdoelen: 60, 80 of 100 km lopen, afhankelijk van wat lichaam en geest die dag met mij voorhadden.
Voor mijn basiskamp hield ik het simpel: ik kocht bij de Kruidvat een strandparasol voor 7€ en nam van thuis een campingstoel mee. Tot slot stopte ik voor de rondes in het donker een hoofdlamp in mijn weekendtas.
Net als in Spaarnwoude was ook deze ultra heerlijk gesitueerd: in recreatiegebied Kardinge, aan een meertje inclusief koude douches en toiletten. Die douches zouden voor mij heel belangrijk blijken na de start. Mezelf installeren kostte weinig tijd: ik klapte mijn stoeltje open en sloeg de parasol in de grond. Ik had nu voldoende tijd om om me heen te kijken: veel partytenten met complete veldkeukens en zithoeken. Het was meteen duidelijk dat ik hier het groentje was die ook eens kwam kijken. Ook appte ik Janin dat ik de volgende keer tattoos moest laten zetten en mijn baard laten staan. 🙂 Met nog een uur tot de start en een temperatuur van 29 graden heb ik mijn zwembroek aangetrokken en ben een half uurtje gaan zwemmen, heerlijk na zo’n lange autorit.
Om 14 uur vertrokken we voor de eerste ronde. Waar ik achteraf wel trots op ben is dat mijn voorgenomen tempo (7 minuten per kilometer) in Groningen precies goed voor mij bleek te zijn. Het (hele) warme weer paste hier echt perfect bij. Eigenlijk liep ik vooral op gevoel. Regelmatig hield ik het tempo aan van de loper waar ik mee in gesprek raakte, heerlijk. Zo legde ik elke ronde in ongeveer 47 minuten af, hield daarmee bijna 13 minuten pauze na elke ronde over. Ook die pauzes kenden al snel een fijne, vaste structuur: plassen, onder de koude douche gaan staan (zonder me uit te kleden), softflask en nieuwe bidon aanmaken met SiS, eten, drinken, rekken met elastiek en benen masseren met Ice Power Gel. Als het fluitje klonk (twee minuten voor de start van elke nieuwe ronde) ging ik nog even een minuut zitten met mijn blik op oneindig, stond dan op en wandelde naar het startvak. Daar aangekomen klonk dan 10 seconden later het startsein voor weer een nieuwe ronde.

In ronde 4 ontdekte ik het belang van blijven eten en drinken: ik had na ronde 3 nergens zin in en besloot als extraatje alleen een ‘XL gel’ te nemen, van Born. Die ronde 4 verliep daarop waardeloos: geen energie, negatieve kop en het tempo voelde opeens als werken. Na die ronde riep ik mezelf tot de orde: eten en drinken kreng! Door het rekken en strekken en plassen over te slaan won ik wat pauzetijd. Ik heb daarin drie pannenkoeken, twee dikke plakken cake en een halve broodschotel naar binnen gewerkt. En goed gedronken. Het is dan wel grappig dat de theorie voorschrijft: zorg dat je twee tot drie uur voor de start gegeten hebt. Nu stond ik volkomen stuffed, met nog een halve pannenkoek in mijn vuist, klaar voor de volgende start. Maar van honger heb ik verder de hele race geen last gehad.
Eigenlijk kreeg ik vanaf ronde 5 vleugels: mijn hoofd was die dag heel goed en echte pijn bleek ik ook nergens te hebben. Of ik bedoel pijn die op blijvende schade(kans) wijst. Natuurlijk sputterde het lijf af en toe maar dat hoort erbij. Zo mogelijk nog fijner was de ontdekking dat ik heel goed wist dat ik na 9 rondes wilde stoppen. En dat ik daar helemaal happy mee was. Ik hoefde me vandaag niks te bewijzen, wist zelf wel dat ik ook probleemloos tachtig kilometer had kunnen lopen die dag. Maar ik wilde naar huis en verlangde naar mijn bed. Een veel aanlokkelijker perspectief dan met mijn elastieken enkels nog uren rondbonkeren in het donker, over hobbelig weiland en door 34 houten klaphekjes.
En zo geschiedde. Hoewel ik nog even kort twijfelde: tijdens ronde 8 en 9 raakte ik met een heel fijne kerel in gesprek, het lopen werd bijzaak, ging vanzelf. Hij was van plan (en deed dat uiteindelijk ook) om 24 uur vol te maken en opperde dat we samen zeker nog een aantal rondjes gezellig door konden kletsen. Maar nee, misschien een volgende keer, ik klap mijn parasol in en rij naar huis. En dat deed ik. De rit van Groningen naar Haarlem, midden in de nacht, was de perfecte setting voor contemplatie en dankbaarheid. Wat een fijne dag had ik erop zitten, en wat is het heerlijk om uren achter elkaar te lopen. Dat ga ik dus vaker (en verder) doen!
PS Leuk detail: eenmaal thuis bleek dat ik net een paar honderd meter verder had gelopen dan tijdens de Zestig van Texel in 2022. Een nieuw afstandsrecord dus. 🙂
En de prachtige foto’s op deze pagina zijn gemaakt tijdens de eerste Spaarnwoude Park Ultra, door Bjorn Paree (@runoutofhell op Instagram).
